Rotterdam heeft honderden handhavers in dienst, maar toch kunnen zij niet overal tegelijk zijn. De vraag naar handhaving in de stad blijft volgens de gemeente toenemen. Daarom werkt Rotterdam met een prioriteringsagenda om te bepalen waar de beschikbare handhavers het hardst nodig zijn. Dat blijkt uit antwoorden van de gemeente op vragen van de streekomroepen en Rijnmond over de capaciteit van boa’s.
In meerdere gemeenten in de regio is een tekort aan boa’s. Daardoor zijn handhavers bijvoorbeeld minder zichtbaar op straat, kunnen meldingen langer blijven liggen of moeten gemeenten keuzes maken in welke problemen als eerste worden aangepakt.
In Rotterdam spreekt de gemeente overigens liever over ‘handhavers’. Daaronder vallen niet alleen boa’s, maar bijvoorbeeld ook wijkbeheerders en handhavers die zich specifiek bezighouden met jeugd, horeca, markten, ondermijning, afval en milieu.
Tien fte niet ingevuld
Eind 2024 had Rotterdam ruimte voor 451 fte (fulltime equivalent) aan handhavers. De daadwerkelijke bezetting lag met 452 fte iets hoger. Een jaar later was er ruimte voor 461 fte, terwijl er 485 fte bezet was.
In juli 2026 is dat beeld omgekeerd. De formatie is verder gegroeid naar 472 fte, maar daarvan is 462 fte daadwerkelijk ingevuld. Daarmee zit er een verschil van tien fte tussen de beschikbare formatie en de bezetting. Volgens de gemeente is de handhavingsorganisatie in 2024 ‘fors uitgebreid’. Tegelijkertijd neemt de vraag naar handhaving toe. “Handhavers kunnen niet overal tegelijk zijn”, stelt de gemeente.

Keuzes maken waar gehandhaafd wordt
Om te bepalen waar de beschikbare capaciteit wordt ingezet, heeft Rotterdam daarom een prioriteringsagenda opgesteld. Daarvoor is onder meer input opgehaald bij partners en wijkraden. De agenda werd in 2025 in het college besproken en begin 2026 door de gemeenteraad vastgesteld.
Rotterdam probeert daarnaast nieuwe handhavers te vinden. De gemeente werft ervaren boa’s en pas afgestudeerden van de mbo-opleiding Handhaver Toezicht en Veiligheid. Ook kunnen studenten en zij-instromers via een versnelde opleiding worden klaargestoomd voor het werk. Hiervoor werkt Rotterdam onder meer samen met Zadkine, Albeda, de Nederlandse BOA Bond, NS en RET. Hoeveel geld Rotterdam jaarlijks aan handhaving uitgeeft, wil de gemeente niet bekendmaken. Volgens Rotterdam gaat het om bedrijfsgevoelige informatie.
Proef met wapenstok
De uitrusting van Rotterdamse boa’s gaat de komende jaren mogelijk veranderen. Op dit moment beschikken zij als geweldsmiddel alleen over handboeien. In het coalitieakkoord voor 2026-2030 staat dat er een proef komt waarbij boa’s in het centrum een wapenstok krijgen. Daarmee wil de gemeente geweld tegen boa’s verminderen. Na de proef wordt bekeken of de wapenstok definitief onderdeel wordt van de uitrusting.
Handhavers in de openbare ruimte hebben al wel een bodycam. Rotterdam begon daar in 2018 een proef mee onder vijftig handhavers. Volgens de gemeente bleek daaruit dat de camera’s een preventieve en de-escalerende werking hebben en het veiligheidsgevoel van handhavers vergroten. Sinds 2020 worden handhavers van toezicht en handhaving in de publieke ruimte daarom uitgerust met een bodycam.

Agressie tegen handhavers
Dat veiligheid een rol speelt, blijkt ook uit de geregistreerde incidenten. In 2023 waren er 96 meldingen van verbale bedreiging of agressie en 34 van fysieke bedreiging of geweld. In 2024 waren er 65 verbale en 98 fysieke meldingen. In 2025 ging het om respectievelijk 67 en 61 meldingen.
Voor 2026 staat de teller tot nu toe op 24 meldingen van verbale agressie of bedreiging en zeven van fysieke bedreiging of geweld. De cijfers over 2026 zijn daarmee nog niet vergelijkbaar met de volledige voorgaande jaren.
Incidenten kunnen door medewerkers en leidinggevenden worden vastgelegd in het HR-Arbo-systeem van de gemeente. Daarin worden uiteenlopende gebeurtenissen geregistreerd, van verbale agressie en intimidatie tot bedreiging, mishandeling en verzet bij een aanhouding.
Na een incident beoordeelt het team Juridische Nazorg of mogelijk sprake is van een strafbaar feit. Bij verbale bedreigingen wordt niet automatisch aangifte gedaan. Bij fysiek geweld gebeurt dat volgens de gemeente in de meeste gevallen wel. Of aangifte wordt gedaan, hangt onder meer af van de juridische beoordeling en de keuze van de betrokken medewerker.