Een stadion vol supporters dat springt en zingt: “En wie niet springt, die is een Jood!” Voor veel Feyenoorders klinkt het misschien als rivaliteit met Ajax, maar de woorden hebben een pijnlijke lading. Gisteren verscheen het boek En wie niet springt…, dat die geschiedenis onderzoekt. Onder andere de rol van de Joodse gemeenschap bij Feyenoord, de spreekkoren in de stadions en de strijd tegen antisemitisme komen aan bod.
Wat jarenlang onderwerp was van spreekkoren en discussies op de tribune, is nu vastgelegd op papier. Het boek En wie niet springt…, gebaseerd op het antisemitische spreekkoor dat met name in De Kuip vaak te horen was, ligt sinds gisteren in de winkels.
Het boek is samengesteld door de Rotterdamse Feyenoord-supporter en schrijver Chris Buitendijk in opdracht van Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument. Voor hem is de verschijning van het boek een bijzonder moment. “Dit project loopt al een jaartje of zes, zeven, dus het is heel fijn dat het nu officieel naar buiten is”, vertelt hij. “Het is spannend hoe mensen gaan reageren, maar ik merk nu al dat er veel belangstelling voor is. Dat belooft wat goeds.”
‘Hoe terecht is dit eigenlijk?’
De eerste aanleiding om zich in de geschiedenis te verdiepen was zijn eigen ergernis in het stadion. “Als Feyenoord-supporter stoorde ik me enorm aan de spreekkoren: Hamas, Hamas, Joden aan het gas en En wie niet springt, die is een Jood. Dat riep de vraag op: hoe terecht is dit eigenlijk? Hoe is dit ontstaan?”
Het echte kantelpunt voor Buitendijk was de transfer van Steven Berghuis naar Ajax. “Toen verscheen er in Rotterdam een muurschildering waarop hij werd afgebeeld met een grote neus, een keppeltje en zelfs in een Auschwitz-pak. Dan gaat het niet meer over rivaliteit, maar gebruik je echt antisemitische stereotypen. Dat was voor mij het moment dat ik mezelf een schop onder mijn kont gaf en zei: dit boek móét er gewoon komen.”
‘Misschien had Feyenoord historisch gezien zelfs meer Joodse leden’
Een belangrijk deel van het boek gaat over de rol van Joodse Rotterdammers binnen Feyenoord vóór de oorlog. “De Joodse gemeenschap maakte gewoon onderdeel uit van de samenleving en dus ook van de club, net zoals de Marokkaanse of Turkse gemeenschappen dat nu ook zijn”, zegt Buitendijk. “Je had Joodse leden, spelers en betrokkenen. Niet allemaal topspelers, maar ze waren er wel degelijk. Tijdens de oorlog zijn veel van hen gedeporteerd en omgekomen of tijdens het bombardement gestorven. Als die oorlog niet had plaatsgevonden, was dat waarschijnlijk gewoon doorgegroeid. Nu is dat dus bijna volledig verdwenen.”
Juist daardoor voelen de spreekkoren in stadions extra wrang aan. “Supporters denken misschien dat het alleen tegen Ajax is, maar voor veel mensen, zeker Joodse Feyenoorders, heeft het een heel andere en pijnlijke lading. Voor die mensen is het onnodig en onprettig om te horen.”
Toch benoemt Buitendijk dat de spreekkoren eigenlijk een tegenreactie zijn op Ajacieden die zichzelf Joden zijn gaan noemen. Hoe dat precies is ontstaan, blijkt echter niet helemaal duidelijk. “Sommigen zeggen dat het te maken had met de oude Jodenbuurt naast het stadion, anderen wijzen op Joodse voorzitters of zeggen dat het komt door de vele Joden die van oudsher wonen in Amsterdam. Er is niet één antwoord en dus ook geen simpele oplossing. Maar wat wel interessant is: historisch gezien had Feyenoord misschien zelfs meer Joodse leden en spelers dan Ajax.”
‘Loods 24 bewaart dit verhaal’
Naast zijn rol als supporter is Buitendijk ook verbonden aan Stichting Loods 24. “Loods 24 was de plek op Zuid waar ruim twaalfduizend Joden uit Rotterdam werden gedeporteerd. Slechts weinigen kwamen terug. De stichting bewaart dit verhaal en wil het doorgeven aan volgende generaties.”
Dat doet Loods 24 onder meer door Stolpersteine te leggen: kleine gedenksteentjes met naam en geboortedatum bij de huizen vanwaar mensen zijn weggevoerd. “In oktober leggen we de duizendste steen”, vertelt Buitendijk. “Daarnaast organiseren we jaarlijks herdenkingen en educatieve projecten. Dit boek is daar ook een onderdeel van, met name bedoeld om jongeren bewust te maken van antisemitisme en verdraagzaamheid te creëren.”
‘Dankzij Feyenoord mogen we dan ook een mooie presentatie geven in De Kuip’
Feyenoord zelf lijkt ook een rol te willen spelen in het tegengaan van antisemitisme. De club neemt deel aan internationale programma’s over de aanpak van stadiongeweld en supportersgroepen. Die bredere inzet zie je ook terug rond dit boek: “De club helpt mee om het onder de aandacht te brengen”, vertelt Buitendijk. “Er komen zoveel Feyenoord-boeken uit, maar hier willen ze nadrukkelijk aan meewerken. Dankzij Feyenoord mogen we dan ook een mooie presentatie geven in De Kuip.”
Maar de inzet gaat nog een stap verder. Supporters die een stadionverbod krijgen, volgen tegenwoordig een educatief traject. “Daarbij werken onder meer de Anne Frank Stichting en Loods 24 mee”, legt Buitendijk uit. “Die supporters gaan bijvoorbeeld naar kampen en leren daar meer over de Joodse geschiedenis en de betekenis van dit soort thema’s. Ons boek wordt ook onderdeel van die programma’s.”
‘Ik heb geen illusie dat dit boek alles verandert’
Of antisemitische spreekkoren ooit helemaal verdwijnen, vindt Buitendijk lastig te voorspellen. “Ik heb geen illusie dat dit boek alles verandert. Het hoort bij een cultuur van afzetten, stoer doen en een beetje gekkigheid. Als je met veertigduizend man in De Kuip zit, werkt dat bijna bedwelmend. Dat kan positief zijn, want dat is natuurlijk de kracht van Feyenoord, maar het kan ook een negatieve kant krijgen.”
Toch blijft hij hoopvol dat er op termijn iets verandert. “Misschien duurt het nog tien of twintig jaar. Je weet nooit hoe de cultuur zich ontwikkelt. Als dit boek maar één iemand aan het denken zet, dan zie ik dat al als winst.”