Ellen Verkoelen (JOU), Diederik van Dommelen (VVD) en Simon Ceulemans (Leefbaar Rotterdam) strijden woensdagavond om de titel van het Beste Raadslid van Rotterdam. Maar wie zijn de drie politici? En waar staan ze nu precies voor?
Elk jaar wordt in Debatpodium Arminius het Beste Raadslid van Rotterdam gekozen. Vorig jaar ging Sarah Reitema – als eerste vrouw ooit – er met de titel vandoor. Reitema werd geprezen vanwege haar intensieve inzet voor armoede in de stad. Ook haar strijd tegen de partijen die geld verdienen aan mensen met schulden viel de jury op.
Ellen Verkoelen, Diederik van Dommelen en Simon Ceulemans
Dit jaar gaat het tussen Verkoelen, Van Dommelen en Ceulemans. Verkoelen noemt zichzelf een “volksvertegenwoordiger pur sang” en vindt het belangrijk om de stad in te gaan, Rotterdammers te ontmoeten en ze te spreken over de onderwerpen die in de gemeenteraad behandeld worden. Ze zet zich in om alle vormen van discriminatie te bestrijden. Trots is ze dan ook dat ze afgelopen jaar eindelijk heeft kunnen ervaren dat ze de vrouw op de kaart heeft kunnen zetten. “Ik ben al sinds 1975 een Dolle Mina en ik ben al jarenlang bezig met het feminisme en in 2025 merk ik ineens dat ik de vrouw ook zichtbaar zie”, vertelt Verkoelen. Haar initiatiefvoorstel ‘Vrouw in Beeld’ werd afgelopen jaar ook unaniem aangenomen. Hiermee wil Verkoelen meer standbeelden van vrouwen in Rotterdam realiseren.
Van Dommelen zet zich in de gemeenteraad in voor een sterke culturele sector en een sterke economie en wil wonen, wat hij één van de grote problemen van de stad noemt, aanpakken. “Ik heb de spelregels veranderd”, zegt Van Dommelen trots. “Hogere en meer stedelijke bouwblokken als nieuwe rol en een slimmere rolverdeling tussen markt, voorbereiding en gemeente als het gaat om nieuwe woningbouw. Op langere termijn gaat dat leiden tot structureel meer woningen.”
Ceulemans zegt vooral trots te zijn op het strenge asielbeleid waar Leefbaar Rotterdam, waar hij afgelopen jaar fractievoorzitter voor was, voor pleit. Volgens Ceulemans is het hierdoor mogelijk geweest om in het afgelopen jaar geen nieuwe statushouders in Rotterdam onder te brengen. “Toen wij in het college kwamen hebben wij gezegd: Rotterdam kan er geen enkele asielopvangplek bij hebben en dat hebben we vol weten te houden, ondanks de spreidingswet.”