Favoriete clichés van Rotterdammers: ‘Niet lullen maar poetsen en handen uit de mouwen’

De tijd vliegt, na regen komt zonneschijn of heb ik weer: het zijn uitspraken die we allemaal wel eens gebruiken. Op de Dag van het Cliché vroegen we Rotterdammers hoe zij aankijken tegen al die bekende dooddoeners. Gebruiken ze ze zelf nog, of zijn ze die inmiddels wel een beetje beu?

Ellmar Levy, bekend van Oude Westen TV, hoeft er niet lang over na te denken, als we hem vragen of hij een paar clichés kan opnoemen. “De appel valt niet ver van de boom, het gras is altijd groener aan de overkant,” zegt hij. Een andere voorbijganger heeft ook een favoriet: “Het is zoals het is: die gebruik ik vaak.” Weer een andere vrouw wist er geen te benoemen, maar pratenderwijs kwam ze er toch op één: “Je gebruikt ze als ze van pas komen hè, te pas en te onpas”, zegt ze lachend.

Veel clichés lijken Rotterdammers op het lijf geschreven. “Rotterdammers staan erom bekend dat ze best wel nuchter zijn”, vertelt een vrouw. En dat wordt meteen bevestigd door een ander: “Dat is niet lullen maar poetsen.Die heb ik echt van kleins af aan meegekregen. Niet zaniken en gewoon doorgaan.”