Bijna 185.000 Rotterdammers hebben moeite met lezen en schrijven. Dat is één op de zeven inwoners. Wat betekent dat in een stad waarin bijna alles, van zorg tot werk en onderwijs, draait om taal? OPEN Rotterdam presenteert op maandag 17 november de talkshow ‘Eerlijk over… Laaggeletterdheid’, waarin we onderzoeken wat het betekent om te leven in een stad waarin taal niet voor iedereen vanzelfsprekend is.
Wat als je de brieven van de gemeente niet begrijpt, je kind niet kunt helpen met huiswerk, of online formulieren niet kunt invullen? Laaggeletterdheid heeft grote invloed op het dagelijks leven en vergroot ongelijkheid in kansen. In deze talkshow van Eerlijk over… gaat presentator Zoë Pinto e Neto in gesprek met Rotterdammers, experts en beleidsmakers over de oorzaken, gevolgen en oplossingen van laaggeletterdheid in onze stad.
Eerlijk over Laaggeletterdheid
Aan tafel zitten Leone Verweij. Zij is onderzoeker op het gebied van taal en participatie. Daarnaast zit Geralda Otten, adviseur van taalambassadeurs Rotterdam-Rijnmond en begeleider van taalactiviteiten, workshops en testpanels.
Ook wethouder Abigail Norville, verantwoordelijk voor het thema Taal en Ancella de Heer, programmamanager Taal bij Bibliotheek Rotterdam, sluiten aan. Ervaringsdeskundigen Nihat en Theo vertellen wat laaggeletterdheid betekent in hun dagelijks leven.
Je kunt de talkshow live bijwonen op maandag 17 november, om 14.00 uur in de Centrale Bibliotheek Rotterdam! Meld je hier aan.
Taalambassadeurs van stichting Lezen en Schrijven
Adrie en Efsun behoorden tot de groep laaggeletterden. Zij hebben op latere leeftijd alsnog hun laaggeletterdheid aangepakt. Als taalambassadeurs van stichting Lezen en Schrijven helpen ze nu instellingen met het verbeteren van hun toegankelijkheid.
Toen Adrie van Tour kinderen kreeg, besefte ze dat ze haar laaggeletterdheid wilde aanpakken. Helpen met huiswerk was moeilijk. Bij het voorlezen deed ze alsof ze een boek las, maar eigenlijk schudde ze het verhaal uit haar mouw. Het heeft tot ze kleinkinderen kreeg geduurd voor ze een goede cursus kon vinden, om beter te leren lezen. “Vier jaar geleden werd mijn kleindochter een jaar of zes. Ik wilde toen een verhaal voorlezen en dacht: ‘Moet ik het nu weer gaan verzinnen?’”