‘Kom op, dit moet lukken!’ Voedselbank Rotterdam zet zich in voor nieuw pand in Spaanse Polder

Voedselbank Rotterdam moet na 23 jaar verhuizen uit hun vertrouwde locatie aan de Keilehaven. Door de nieuwe plannen voor de Keilehaven is er voor de voedselbank namelijk geen ruimte meer. Ze hebben een stuk grond aangewezen gekregen waar een nieuw distributiecentrum gebouwd kan worden, maar daar is geld voor nodig.

Al langere tijd is de voedselbank samen met de gemeente Rotterdam op zoek naar een alternatief, maar de commerciële huurprijzen liggen te hoog. Deze zijn zelfs zo hoog dat het volgens de voedselbank bijna hun hele jaarbudget zou opslokken. Bovendien brengt huren een hoop onzekerheid mee voor de toekomst.

Gelukkig is er voor de voedselbank een andere optie: een stuk grond in de Spaanse Polder die zij van de gemeente hebben toegewezen gekregen vanwege een gewonnen tender. Dat is een procedure waarbij een opdrachtgever bedrijven vraagt in te schrijven op een dienst of product op basis van prijs en kwaliteit. Op dat stuk grond willen ze een nieuw distributiecentrum bouwen. “Het is een mooie locatie en het belooft een prachtig pand te worden”, vertelt Helma Beker, voorzitter bestuur Voedselbank Rotterdam. Maar het stuk grond en de plannen daarvoor brengen op z’n beurt ook uitdagingen met zich mee.

Om de tender te winnen moeten ze voldoen aan strenge duurzaamheidsnormen. Daarnaast kunnen ze de betaalde BTW niet aftrekken, vanwege hun ANBI-status. Dat is een status die de Belastingdienst geeft aan instellingen die zich volledig inzetten voor het algemeen belang. De voedselbank moet dus een flink bedrag moeten ophoesten. De organisatie heeft daarom geld nodig en doet een beroep op Rotterdammers, sociale bouwfondsen en partners. Mensen kunnen doneren, sponsor of partner worden, het verhaal verspreiden of ambassadeur worden.

Helma omschrijft de sfeer binnen de organisatie als gedreven: “We hebben echt zoiets van: ‘Kom op, dit moet lukken!’” Maar het blijft spannend of ze de financiering rond krijgen: “We hopen binnen een jaar al het geld bij elkaar te hebben.” Volgend jaar mei moeten ze het kantoor al uit. De 40 à 45 vrijwilligers verhuizen dan tijdelijk naar het distributiecentrum aan de Keilehaven, om de hoek van het huidige kantoor. “Wanneer we daar uit moeten, weten we nog niet. We hopen dat we daar een tijdje kunnen blijven, maar ook daar moeten we uiteindelijk weg.”

Twee jaar geleden maakten we een item over de plannen voor de Keilehaven: