Ombudsman roept op tot meer veiligheid voor zowel dakloze vrouwen als horecaondernemers in onze stad

In de laatste aflevering van dit seizoen van Oploskoffie staat het thema veiligheid centraal. Team Ombudsman Rotterdam-Rijnmond, onder leiding van ombudsman Marianne van den Anker, zet zich op verschillende manieren in voor de veiligheid in onze stad. De afgelopen tijd ontving het team signalen over onveilige situaties voor dakloze vrouwen, zowel op straat als in de nachtopvang. Ook vanuit de Rotterdamse horeca komen meldingen van meer onveilige situaties door verwarde en dakloze personen, met bedreiging en inbraak tot gevolg.

Plassen op het terras en crack in het portiek
“Je moet altijd een beetje reuring hebben, maar je komt op een gegeven moment op een punt dat het te veel reuring is.” laat Pieter den Haan weten. Pieter is, samen met zijn partner Esther, sinds 2013 eigenaar van Wijnbar Het Eigendom aan de Witte de Withstraat. Ongeveer 15 jaar geleden is de bekende Rotterdamse uitgaansstraat getransformeerd van een rauwe straat vol gokhuizen en criminaliteit naar een hippe, vriendelijke uitgaansstraat. Destijds een goede ontwikkeling volgens Pieter, toch ziet hij dat we langzaamaan weer teruggaan in de tijd. ‘Mensen die plassen op het terras of crack roken in het portiek’, een groeiend probleem volgens diverse horeca ondernemers door heel Rotterdam.

Ook Jamil Sancha, eigenaar van Supermercado aan de Witte de Withstraat, valt het op: ‘We zien het straatbeeld veranderen. Meer daklozen, meer gekkies. Mensen die echt wel met psychische problemen rondlopen. Zij komen avond na avond na avond en zijn bij iedereen zo stierlijk vervelend.’ Het is een vaak terugkerende groep aan overlastbezorgers, die inmiddels bekend en berucht zijn bij de ondernemers. Er wordt geplast op de terrassen, crack gerookt in de portieken en zowel werknemers als klanten worden regelmatig uitgescholden en bedreigd.

Ook de run op statiegeld blikjes neemt toe, wat zorgt voor ruzies op de terrassen en zelf tot inbraak. Zo werd er bij het Latijns-Amerikaanse restaurant van Jamil onlangs een schuurtje op de buitenplaats opengebroken in de zoektocht naar de grote hoeveelheden blikjes.

Zowel team Ombudsman als de Rotterdamse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland ontvangt steeds vaker signalen van horecaondernemers over overlast en een toenemend gevoel van onveiligheid in en rond horecagebieden in de stad. Team ombudsman heeft inmiddels al meerdere brieven gestuurd aan de gemeente, waarin zij oproepen tot duidelijke maatregelen. Ook blijven ze telkens alle partijen bij elkaar brengen. Over de samenwerking zegt de horecabond het volgende:

‘Koninklijke Horeca Nederland heeft regelmatig overleg met de gemeente Rotterdam en diensten zoals de politie over deze problematiek. De samenwerking wordt als constructief ervaren en ondernemers voelen zich over het algemeen serieus genomen. Tegelijkertijd moeten we constateren dat zichtbare resultaten op dit thema tot nu toe beperkt blijven. Deze signalen worden al geruime tijd onder de aandacht gebracht, maar een duidelijke verbetering op straat blijft vooralsnog uit. Daardoor nemen de zorgen bij ondernemers toe en ervaren velen dat de problematiek eerder groter en complexer wordt, dan dat er sprake is van structurele verbetering.’

Schriftelijke reactie van de gemeente:
‘Waar sprake is van aanhoudende overlast kan de gemeente extra maatregelen nemen, zoals meer toezicht of mobiele camera’s. Tegelijk richt de aanpak zich nadrukkelijk op de overlastgevers zelf, met een combinatie van zorg en handhaving. Samen met politie en het Openbaar Ministerie wordt steviger opgetreden tegen overlastgevers, dealers en bedelaars, onder meer door extra inzet op hotspots. Daarnaast werkt de gemeente met ondernemers aan een veilige en gastvrije nacht, bijvoorbeeld met horecastewards, een Safe’R Spot, horecapiepers en trainingen rond sociale veiligheid. De komende periode wil de gemeente t.a.v. de uitgaansnachten samen met ondernemers verkennen wat goed werkt, wat beter kan en of er aanvullende afspraken nodig zijn om het uitgaan in Rotterdam veilig te houden.’

Als het aan Pieter ligt moet de gemeente zorgen voor meer fysieke aanwezigheid en zichtbaarheid in de straat en verder ook dat lastige mensen echt geholpen worden. Tot slot, zowel Jamil als Pieter benadrukken dat er nog steeds vooral veel gezelligheid is op de Witte de Withstraat. “Wij blijven zorgen voor een sfeer waar iedereen zich thuis voelt. Genieten met elkaar!’, aldus Pieter.

Liever een nacht op straat dan in de opvang
Een ander onderwerp binnen het thema veiligheid waar de ombudsman zich hard voor maakt, is de veiligheid van dakloze vrouwen. De ombudsman schrijft op hun website: ‘Dakloze vrouwen kiezen liever voor een parkbank of bosjes dan voor de nachtopvang.’ Signalen van uitbuiting, geweld en seksuele intimidatie, zowel op straat als in de nachtopvang, is hier de aanleiding voor. Het Leger des Heils rapporteert volgens de Ombudsman 21 actieve gevallen van dakloze vrouwen die momenteel recht hebben op nachtopvang, maar daar geen gebruik van maken omdat zij deze als onveilig ervaren.

Mei vorig jaar deed de Ombudsman een moreel appèl aan de gemeente met de oproep tot een concreet actieplan voor veiligheid en erkenning van deze groep. De gemeente reageerde in een brief aan de Ombudsman, dat al een vrouwenopvang is, namelijk het William Booth Huis van het Leger Des Heils. ‘Naast deze vrouwenlocatie zijn er ook enkele vrouwenplekken op twee andere opvanglocaties. Hier kunnen vrouwen verblijven die zich prettig voelen op een gemengde locatie. We zetten erop in deze vrouwen met de juiste benadering en met het bieden van maatwerk toe te leiden naar de juiste vervolgplek’, aldus de gemeente.

Niet voldoende volgens ombudsman Marianne van den Anker: ‘Belangrijk om ons te realiseren dat er toch nog wat Eurootjes tegenaan gesmeten moet worden om deze opvang voor vrouwen toch echt beter te organiseren’. Van den Anker blijft hier zich de komende periode dan ook voor inzetten.

Helena Braam was een aantal jaren dakloos en verbleef zowel in het William Booth Huis als in de gemengde nachtopvang, dus ook met mannen. Door de stevige en strakke begeleiding voelde zij zich eigenlijk veiliger in de gemengde opvang. ‘We moeten er vanuit gaan dat de kwaliteit van opvang leidend is,’ al vindt ze wel dat er rekening gehouden moet worden met de relaties tussen mannen en vrouwen en de eventuele trauma’s die vrouwen hebben opgelopen.

Naast goede begeleiding pleit Helena ook voor housing first, waarbij je eerst je eigen veilige plek krijgt waar vanuit je verder kunt bouwen aan een stabiele toekomst. ‘En geen slaapzaal, opvangplek met dertig mensen, veel te onrustig’, stelt Helena. Ook zou een onafhankelijke begeleider belangrijk zijn volgens haar. Iemand die niet gelinkt is aan een zorginstelling of opvang en die weet wat je rechten zijn. ‘Ik zag zelf door de bomen het bos niet meer, dan had het misschien minder lang geduurd dat ik in een opvang zat’.

Inmiddels heeft Helena sinds een aantal weken een eigen woning. ‘Ik ben vrij, ik kan mijn hoofd neerleggen op een zacht kussen. Warmte en veiligheid. Dat is heerlijk.’

Deze reportage is onderdeel van de serie Oploskoffie, mede mogelijk gemaakt door Ombudsman Rotterdam – Rijnmond. Dit programma wordt gerealiseerd onder redactionele verantwoordelijkheid van OPEN Rotterdam, de opdrachtgever heeft geen invloed op de inhoud.