Ommoorders vinden orgaandonatie belangrijk: Je helpt er anderen mee

Zo’n 117.100 Rotterdammers hebben aangegeven na hun overlijden hun organen te willen doneren. Dat zijn er, in verhouding, minder dan in andere vergelijkbare gemeenten, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze cijfers roepen vragen op. Hoe kijken Rotterdammers naar orgaandonatie? Is het een onderwerp waar mensen actief mee bezig zijn, of blijft het iets waar we liever niet over praten?

Veel mensen in de wijk Ommoord zijn het erover eens dat het belangrijk is dat mensen hun organen doneren na hun overlijden. Dat je er andere mensen mee kunt helpen, is de grootste factor voor de keuze die de Rotterdammers maken. Zo ook voor een man die zich vroeger heeft beziggehouden met harttransplantaties: “Ik heb alle ellende gezien van mensen die doodziek zijn en moeten wachten op een donororgaan, dus het zou goed zijn als daar organen voor beschikbaar zijn.”

Maar niet iedereen deelde de mening dat orgaandonatie belangrijk is. Zo geeft een jongeman in Rotterdam-Centrum aan liever geen donor te zijn. Ook heeft hij zijn mening klaarstaan over het huidige systeem: “Ik vind dat eigenlijk niet kunnen en ik vind ook dat iedereen standaard geen donor hoort te zijn.”