Regenboogdebat in Nieuw Luxor legt verschillen tussen Rotterdamse partijen bloot: ‘Jullie geven geen bal om ons’

In het Nieuw Luxor Theater gingen Rotterdamse politieke partijen dinsdagavond met elkaar in gesprek over veiligheid, zorg en inclusie voor lhbtqi+ bewoners. Het Regenboog Verkiezingsdebat werd geleid door Maikel Coomans en Chantal van der Putten, initiatiefnemers van het Regenboogakkoord.

Aanwezig waren vertegenwoordigers van BIJ1, GroenLinks/PvdA, Partij voor de Dieren, Volt, SP, VVD, JOU, Leefbaar Rotterdam, D66, CDA, Vrede voor Dieren en ChristenUnie. 50PLUS en Forum voor Democratie waren afwezig.

Is gratis soa-zorg een publieke taak of eigen verantwoordelijkheid?
De eerste stelling – Moet de gemeente meer geld vrijmaken voor gratis soa-zorg? – legde direct de verschillen tussen de partijen bloot. Leefbaar Rotterdam benadrukte eigen verantwoordelijkheid. Raadslid Joey de Waard sprak over “de losbandige manier van leven van deze groep” en noemde het “niet helemaal eerlijk” om dat met belastinggeld te bekostigen.

SP’er Bert Peterse reageerde fel en noemde die benadering “belachelijk”. Volgens hem worden oplopende soa-cijfers veroorzaakt door wachttijden, gebrekkige kennis bij huisartsen en hoge zorg drempels. Ook pleitte hij voor meer inzet op PrEP (een hiv-preventiepil): “Laten we daar gewoon wat centen op zetten.”

Volt-raadslid Gerjan Marijs bracht het terug naar zijn eigen ervaring. Na maanden van doorverwijzingen kreeg hij de diagnose hiv. “De samenleving is nu meer kwijt aan mijn zorg dan wanneer preventie beter geregeld was”, aldus Marijs. Hij pleitte voor gratis soa-zorg, betere toegang tot PrEP en aandacht voor transzorg.

Wie krijgt voorrang op een huis?
Bij de stelling over voorrang voor lhbtqi+ jongeren met een onveilig thuis liepen de emoties ook op. Lili Laki (SP) verweet het college eerdere voorstellen te blokkeren: “Jullie geven geen bal om ons!”

Leefbaar Rotterdam wees op het woningtekort en andere urgente groepen, zoals alleenstaande moeders en slachtoffers van huiselijk geweld, een opvallende lijn voor een partij met de slogan ‘Rotterdammers eerst’. Tegelijk wil de partij harder optreden tegen groepen die volgens hen zorgen voor onveiligheid richting queer jongeren.

Volt waarschuwde voor het tegen elkaar uitspelen van groepen. Marijs verwees naar zijn gereformeerde achtergrond: “Jongeren hebben hulp nodig en de stad moet dat bieden.” VVD’er Joey Engelen zei dat hij juist naar Rotterdam kwam om zichzelf te kunnen zijn, maar de stad zag veranderen. Voor de VVD staat veiligheid voorop.

D66 wees op bestuurlijke realiteit. “Het gaat niet altijd over niet belangrijk vinden, maar ook om een sluitende begroting.” Agnes Maassen voegde daaraan toe: “De regenboogvlag mogen ze ons nooit afpakken.”

Handhaven of verbinden?
Bij de stelling over de aanpak van onveilige wijken werd het klassieke verschil zichtbaar. D66 pleit voor gerichte inzet in hotspots, maar ook voor educatie en samenwerking met organisaties als COC en Radar. “Alleen boa’s zijn niet genoeg.”

De VVD kiest nadrukkelijk voor handhaving, gebiedsverboden en duidelijke normen. “het moet oer-duidelijk zijn dat er voor discriminatie geen plek is!”, aldus Joey Engelen, VVD. Volgens de partij ligt er ook verantwoordelijkheid bij scholen, ouders en sportclubs. Vanuit de zaal klonk de kritiek dat nadruk op handhaving voor sommige bewoners juist onveilig voelt.

Inclusie is meer dan praktische aanpassingen
De discussie over inclusieve gemeentelijke gebouwen ging van toiletten tot taalgebruik. Ellen Verkoelen (JOU) pleitte voor duidelijke voorzieningen en meer sanitaire faciliteiten voor vrouwen in de buitenruimte. BIJ1 benadrukte dat inclusie verder gaat dan fysieke aanpassingen en ook draait om taal en erkenning.

“Mevrouw Verkoelen heeft Venus in de commissie onlangs nog ‘meneer Bijleveld’ genoemd”, aldus BIJ1 partijgenoot Nathan. Verkoelen reageerde met “ik had natuurlijk ‘het’ moeten zeggen”. Voor Bijleveld onderstreepte dit het belang van gendersensitieve educatie. Zij had zich bij aanvang van het debat voorgesteld met haar voornaamwoorden zij/haar.

Transzorg, ouderen en ontmoetingsplekken
BIJ1 vroeg aandacht voor het verdwijnen van de enige transkliniek in Rotterdam. “Het is onacceptabel dat transpersonen de stad uit moeten voor zorg.” JOU wees op financiële grenzen, maar erkende de regiofunctie van Rotterdam. GroenLinks/PvdA stelde dat de stad onder het huidige college achteruit is gegaan, onder meer op veiligheid en zorg.

Over lhbtqi+ ouderen verschilden de partijen van inzicht. De Partij voor de Dieren pleit voor gerichte aandacht en training, zodat mensen in hun laatste levensfase niet opnieuw hoeven uit te leggen wie ze zijn. Het CDA ziet geen noodzaak voor aparte trajecten zolang concrete knelpunten ontbreken.

Bij de vraag of de stad veilige ontmoetingsplekken moet faciliteren, werd het Kralingse Bos genoemd. Het CDA vond dat geen passend voorbeeld. “Als overheid moet je ook niet de indruk wekken dat je zulke plekken promoot. “Volgens de partij ontstaat tolerantie juist waar verschillende groepen samenkomen, bijvoorbeeld op festivals. De Partij voor de Dieren vindt dat gemeenschappen zelf regie moeten hebben, met een faciliterende rol voor de stad.

Regenboogakkoord
Volgens presentator Chantal van der Putten liet de avond zien dat verschillen er mogen zijn, maar dat de gezamenlijke inzet voor een inclusieve stad zwaarder weegt. “We zagen hoe partijen niet alleen het debat aangingen, maar ook nadrukkelijk de verbinding zochten. Die verbinding was ook te zien in het breed gedragen Regenboogakkoord dat aan het einde van de avond werd ondertekend. Daarmee spreken de partijen zich uit dat zij zich de komende vier jaar concreet inzetten voor de emancipatie, acceptatie en veiligheid van lhbtiqa+-personen in Rotterdam.”

Dat er politieke verschillen rondom lhbtiqa+-beleid zijn is duidelijk; preventie of repressie, individuele verantwoordelijkheid of publieke investering, daarover lopen de meningen stevig uiteen. Zoals een bezoeker het samenvatte: “Voor mij is het contrast in elk geval helder geworden.”