Rotterdam is door The Wall Street Journal opgenomen in een lijst met de tien beste plekken ter wereld om te bezoeken in 2026. Tussen bestemmingen als Mexico, China en Australië staat opvallend genoeg ook onze Maasstad. Niet vanwege grachten of historische gevels, maar juist om wat Rotterdam níét is.
Volgens het tijdschrift onderscheidt Rotterdam zich als een stad die zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Na het bombardement in de Tweede Wereldoorlog groeide de stad uit tot een proeftuin voor vernieuwende architectuur en stedelijke ontwikkeling. Waar andere Europese steden vasthouden aan het verleden, durft Rotterdam vooruit te kijken.
Die experimenteerdrift is volgens The Wall Street Journal nog altijd zichtbaar. De stad biedt ruimte, letterlijk en figuurlijk. Minder drukte dan Amsterdam, maar des te meer plek voor nieuwe ideeën, culturele initiatieven en opvallende gebouwen. Iconische torens, herontwikkelde havengebieden en cultuur op voormalige industrieterreinen maken Rotterdam tot een stad die blijft veranderen.
Nieuwe culturele trekpleisters
Ook nieuwe culturele trekpleisters spelen een rol in de internationale erkenning. Zo opent Fenix, het nieuwe museum over migratie, met een markant uitzichtpunt boven de stad. Het Nederlands Fotomuseum verhuist naar een historisch pakhuis op de Wilhelminapier en krijgt daarmee meer ruimte voor een van de grootste fotografiecollecties van het land. Daarnaast wordt het voormalige postkantoor in het centrum herontwikkeld tot een plek met winkels, horeca en een hotel.
Volgens de samenstellers van de lijst is Rotterdam daarmee geen stad die je één keer bezoekt, maar een bestemming die blijft verrassen. Juist die voortdurende vernieuwing maakt dat de stad internationaal steeds vaker wordt gezien als een plek waar de toekomst van de stad al zichtbaar is.