Rotterdamse straten zijn niet gemaakt voor vrouwen: ‘Maar voor witte, fitte mannen’

De openbare ruimte zou een plek voor iedereen moeten zijn. Maar wie dagelijks door Rotterdam loopt, merkt dat de praktijk anders is. De kennis over inclusieve inrichting is er al jaren, maar de uitvoering ervan blijft achter. De moord op de 17-jarige Lisa in Amsterdam laaide de discussie over veiligheid in de publieke ruimte opnieuw op. In Studio Stadmaken gaat journalist Tara Lewis in gesprek met onderzoekers Krista Schram en Eva James over hoe de stad anders kan.

In september liepen duizenden Rotterdammers mee in de wekelijkse mars tegen femicide. De gemeenteraad nam unaniem een motie aan om de veiligheid van vrouwen in de buitenruimte te verbeteren. Toch voelen veel vrouwen zich nog steeds niet veilig op straat. Hoe kan dat?

Oud patroon
Volgens onderzoeker Krista Schram ligt dat deels in de geschiedenis. “Vroeger bleven vrouwen thuis, mannen gingen naar buiten om te werken en voor ontspanning. Onze ruimtelijke inrichting is nog steeds op dat oude patroon gebaseerd.”

Een duidelijk voorbeeld ziet Schram op het Zuidplein. Het ov-knooppunt is slecht verlicht en onoverzichtelijk, en RET-medewerkers zijn er maar tot 19.00 uur aanwezig. De bankjes op het plein nodigen weinig vrouwen uit om te zitten, want je weet nooit wie er naast je komt zitten. “Een van de belangrijkste redenen dat mensen – vooral vrouwen – zich onveilig voelen, is dat er niemand in de buurt is,” zegt Schram. “Ogen op straat maken het verschil.”

Vrouwelijk perspectief ontbreekt
Ontwerper en onderzoeker Eva James ziet veiligheid als het minimum. “Vrouwen moeten zich óók welkom en gezien voelen in de openbare ruimte”, zegt ze. “We ontwerpen infrastructuur nauwelijks vanuit een vrouwelijk perspectief. Hoe fietst een vrouw ‘s nachts naar huis? Wat heeft ze dan nodig?”

Volgens James is de stad in de basis ingericht voor “witte, fitte mannen”. Wie bij het ontwerp rekening houdt met vrouwen, houdt automatisch rekening met andere groepen, zoals mensen uit de queer community of mensen met een beperking. “Vrouwen bewegen nu eenmaal vaker met anderen door de stad.”

Anders kijken
Nederland loopt achter vergeleken met andere landen. “Zweden, Spanje, Oostenrijk: daar is het vrouwelijk perspectief wél onderdeel van stadsontwerp,” zegt Schram. In Zweden zitten medewerkers van gendergelijkheidsbureaus zelfs naast de burgemeester. “Zij kunnen elk beleid toetsen op inclusiviteit”, vult James aan.

Maar volgens haar hoeft verbetering niet ingewikkeld te zijn. “Fijne verlichting, goed zicht, een schone openbare ruimte, zitjes met rugdekking – het zijn allemaal simpele ingrepen waardoor vrouwen zich prettiger voelen. Het hoeft niet duur te zijn. We moeten vooral leren anders te kijken.”

In Studio Stadmaken worden thema’s van het Stadmakerscongres gekoppeld aan de actualiteit in Rotterdam. De talkshow is een onafhankelijke coproductie van OPEN Rotterdam en Vers Beton, mede mogelijk gemaakt door AIR.