Het SS Rotterdam is al lang geen schip meer die de Atlantische oversteek maakt, maar het schip ademt nog altijd geschiedenis. In 1971 vertrok ze voor haar laatste lijnvaart naar New York. Daarna volgden nog enkele korte cruises, een zachte echo van haar gloriedagen. Inmiddels ligt ze al tientallen jaren statig aan de kop van Katendrecht, waar bezoekers haar opnieuw kunnen ontdekken.
Aan boord neemt Cock Adriaanse die rol maar al te graag op zich. Als een van de 180 shiphosts ontvangt hij gasten en gidst hij hen door het schip en door de tijd. “We gaan over de rooie lopert naar het main deck”.
Al 14 jaar werkt hij als shiphost, gids en board steward aan boord en nog altijd met evenveel enthousiasme. Die rol past hem goed. Door zijn tijd als machinist bij de marine kent hij het leven op zee van binnen en van buiten. Later werkte hij in een elektriciteitscentrale. “De techniek van een machinekamer van een schip komt grotendeels overeen met de machinekamer van een centrale.” Nog vóór zijn pensioen werd hij gevraagd als shiphost. Inmiddels is hij 76, en stilzitten zit er niet in.
Aan boord heeft Cock zo zijn favoriete plekken, maar het liefst is hij op het achterdek. “In de zomer ben ik hier niet weg te knuppelen.” Juist daar maakte hij ook een bijzonder moment mee. Op een avond, na werktijd, hoorde hij iemand achter zich een verhaal vertellen. Diegene bleek een achterneef te zijn. Sindsdien hebben ze contact.
De shiphosts zijn voor veel bezoekers onmisbaar. Een man die het schip voor de twaalfde keer bezoekt, dit keer met zijn kleindochter, zegt: het schip is zó groot dat het fijn is dat er mensen zijn die je de weg wijzen. Een ander stel, dat net een nacht heeft doorgebracht aan boord, herkent meteen de sfeer. “Door de shiphosts is het een echt schip. Het doet je denken aan de officieren en de onderofficieren, het is heel herkenbaar.”