“Stop de genocide” en “Free, free Palestine.” Demonstranten zitten op de grond, slaan op pannen en pollepels en houden borden omhoog. De sit-in maakt deel uit van een landelijke actiedag: in 32 steden werd geprotesteerd tegen het Israëlische geweld en de blokkade van voedsel- en medische hulp in Gaza.
Spreker Samah Jabur laat geen twijfel bestaan over haar standpunt: “De medeplichtigheid wordt dag na dag, dode na dode, meer ontmaskerd. Nederland kán dit stoppen, maar wíl dit niet.” Ze vervolgt: “Dat ik moet toekijken hoe mijn volk geen recht heeft om te leven, dan doet mijn eigen leven er ook niet toe.”
Tussen de aanwezigen klinkt woede, verdriet en machteloosheid. “We moeten álles doen om de genocide te stoppen. Er staan honderden vrachtwagens klaar met voedsel en medicijnen. Maar Israël, gesteund door Amerika en Nederland, houdt ze tegen en moordt iedereen uit die te dichtbij komt.”
“Er is niks meer over van Gaza”, zegt Jaber. Het zit nu in fase vijf van voedselonzekerheid, de hoogste fase: hongersnood. “De mensen vallen letterlijk dood op straat. Baby’s worden geboren zonder verdoving, amputaties worden verricht zonder verdoving. Er is bijna geen enkel werkend ziekenhuis meer.”
Een andere spreker benadrukt een bredere verantwoordelijkheid:
“Mijn voorouders zaten altijd in het verzet. Altijd hebben zij de joden en de christenen beschermd. En ik weet dat iedereen hier een verzetstrijder is van Nederlands bloed.”
Oproep aan politiek en stad
“Wat Rotterdam nog meer kan doen, is luisteren,” zegt Jaber. Ze roept burgemeester Carola Schouten op om in gesprek te gaan en vraagt instellingen om duidelijke keuzes te maken: “Universiteiten moeten de banden verbreken. We willen een boycot van alle instellingen die samenwerken met de zionistische entiteit.”
Over de inwoners van Rotterdam zegt Jaber: “Ze zijn er altijd. Dit is de stad waar ik nooit aan heb getwijfeld.”