Een grote groep vrouwen reisde gezamenlijk met de bus naar Portlantis. Daar was op 6 november de twaalfde Meetup in het kader van het Rotterdamse jaar van de vrouw. Ze zaten zij aan zij in de bus, vanuit het idee dat er tijdens die rit nieuwe verbindingen zouden ontstaan. Dat bleek niet alleen een bijzonder moment, maar ook een aanleiding om terug te blikken én vooruit te kijken naar vijftig jaar vrouwenbeweging in Rotterdam. Dit is de één-na-laatste column van de organisatie van het Rotterdamse Jaar van de Vrouw.
Heksennachten
Want zo ging het ook in 1974, toen er grote demonstraties waren in Amsterdam, waarbij vrouwen demonstreerden voor het recht op keuzevrijheid bij abortus. Rotterdamse vrouwen vonden elkaar in de bus ernaartoe. Ze smeedden plannen voor het internationale vrouwenjaar 1975, dat eraan zat te komen. Dat vrouwen elkaar leerden kennen en samen optrokken, was cruciaal. Dat gold ook voor de heksennachten, waarbij vrouwen de straat terugeisten en duidelijk maakten dat zij niet zelf verantwoordelijk waren voor de onveiligheid die zij ervoeren.
Binnenkort start de jaarlijks terugkerende campagne Orange the World, Stop geweld tegen vrouwen. In de hele wereld wordt aandacht gevraagd voor de veiligheid van vrouwen, overal en altijd. En deze week startte er een nieuwe campagne: ‘Man, zeg er wat van!’ waarbij mannen worden opgeroepen in te grijpen als vrouwen onheus bejegend worden, op wat voor manier dan ook. Na vijftig jaar is de focus op wat mannen kunnen doen volop aanwezig.
Zo organiseerde Joice Alves dos Santos in oktober het evenement Veilig Vrouw zijn, gericht op mannen. Want, zei ze: “Vrouwen komen toch wel, dat zijn je medestanders omdat ze precies weten waar je het over hebt. Voor mannen is dat anders. Vaak hebben ze niet door hoe groot het probleem is.”
Lof der Zotheid
Dus laten we het deze keer eens hebben over mannen. Ik grijp in deze column terug op de lezing die ik voordroeg bij de uitreiking van de Lof der Zotheid-speld, op 27 oktober.
Erasmus’ boek De Lof der Zotheid is een rede die verteld wordt door een als vrouw verkleed personage: Vrouw Zotheid, of Dwaasheid. Erasmus zegt dat we dwaasheid nodig hebben, want zonder dwaasheid functioneert geen enkele sociale relatie. Zonder dwaasheid zouden mensen niet om beurten fouten maken, dan weer flikflooien of wijselijk een oogje dichtknijpen en stroop om de mond smeren.
Veiligheid voor vrouwen is alleen te realiseren als de manier waarop mannen en vrouwen met elkaar omgaan een voortdurend onderwerp van gesprek is. En daarvoor hebben we dwaasheid nodig – en dan vooral in de vorm van lef om elkaar de ruimte te geven om het anders te doen. Dat is wat Erasmus ons vijfhonderd jaar geleden al leerde.
Vrouwen zijn een voorbeeld voor mannen
Misschien kunnen we iets leren van mannen voor wie mannelijkheid niet vanzelfsprekend is of was. Zo is er de Britse beeldende kunstenaar Grayson Perry, die strijdt tegen het hokjesdenken. Hij draagt graag jurken, wat er mede toe bijgedragen heeft dat hij een boek schreef over mannelijkheid, met als titel Mannen. Hij stelt dat het heersende beeld van mannelijkheid maar voor een klein deel van de mannen werkt. Wij mannen, zegt Perry, moeten ons afvragen wat voor soort man een bijdrage zou zijn aan een betere wereld, voor iedereen. Daarbij spelen vrouwen ook een rol.
De columnist Maxim Februari, die eerder publiceerde als Marjolijn, schreef: ‘Vrouwen moeten zich realiseren dat ze deel uitmaken van de oplossing, dat ze ook een voorbeeld zijn voor hun zoons. […] Jongens worden er niet beter van als ze denken dat later alle onbekende vrouwen op straat tegen hen beschermd moeten worden. […] Ook jongens hebben een fijn script nodig – en vrouwen zijn daar medeverantwoordelijk voor.” (NRC 17 februari 2025)
Een betere balans
Hoe zou dat script eruit kunnen zien? Perry biedt een mogelijkheid voor een nieuw mannelijk archetype als hij zegt: “We rijden maar zelden met onze auto het racecircuit op, dus misschien kunnen we beter een model kopen waar we wat aan hebben bij de dagelijkse dingen. Wat we willen is een mannelijkheid die gemakkelijk te parkeren is, een ruime achterbak heeft, kinderzitjes en zuinig rijdt. Alleen met de goede uitrusting zijn mannen klaar voor de vrede.”
Op 11 oktober, tijdens het evenement van Joice, antwoordden mannen op de vraag wat zij konden doen om bij te dragen aan de veiligheid van vrouwen: “Jezelf educaten en met je hart leren leven. Liefdevol zijn.” Een andere man zei: “Wat me nu opvalt, is dat ik er te rooskleurig over dacht. Het probleem is veel groter dan wat ik in mijn omgeving zie.”
Dat is een stap in de richting van Erasmus, die vond dat eenieder moest streven naar een juiste houding ten opzichte van God, je naaste en jezelf. Een houding die de wereld en de mensen om je heen ten goede komt.
Vijftig jaar geleden organiseerden Rotterdamse vrouwen zich, en ze hebben veel bereikt – ook op het gebied van veiligheid. Maar we zijn er nog niet: de balans in de samenleving kan echt beter. En dat lukt alleen als mannen en vrouwen samen optrekken. Dat mannen grensoverschrijdend gedrag zien als probleem, maar niet altijd ingrijpen, is daar een symptoom van. Heel goed dat er nu een landelijke campagne is: ‘Man, zeg er wat van’.