HC Rotterdam heeft iets te vieren: de Rotterdamse hockeyclub bestaat namelijk 100 jaar. Een ‘fantastische mijlpaal’ noemt de club het. Maar wat is er allemaal gebeurd sinds de oprichting van de club in 1925? Bestuursvoorzitter Jac Bressers en clubmanager Karianne Lagendaal blikken met OPEN Rotterdam terug én voorruit.
Eigenlijk werd de club pas officieel opgericht in 1973, uit een fusie van drie Rotterdamse verenigingen, Hillegersberg, MRHC en RBC, maar er is gekozen om de oprichtingsdatum van MRHC aan te houden. Daarmee draagt de club de historie van bijna een eeuw hockey in de Maasstad. “We hebben een hele mooie manier gevonden om topsport te combineren met clubhockey”, vertelt Bressers, die al 25 jaar lang voor de club werkt. “We spelen op een hoog niveau, maar houden het ook gezellig.”
Grootste sportvereniging van Rotterdam
Die aanpak werkt, want na de fusie bleef HC Rotterdam alleen maar groeien: van zo’n 600 leden in de beginjaren tot inmiddels meer dan 2500. Al in 1977 liep de club voorop door een van de eerste kunstgrasvelden van Nederland aan te leggen. Lange tijd speelde HC Rotterdam op sportpark Laag Zestienhoven, maar door de aanleg van de hogesnelheidslijn in Rotterdam moest er een nieuwe locatie komen.
In 2001 verhuisde de club naar het huidige complex aan de Hazelaarweg in Schiebroek. “Die verhuizing was een hele grote stap naar voren”, vertelt Lagendaal, die zelf als 8-jarige bij de club begon te hockeyen. In Schiebroek verrees het moderne Hazelaarweg Stadion, waar sindsdien zowel nationale als internationale hockeywedstrijden worden gespeeld. “We waren de eerste die echt een stadion hadden. In Amsterdam hadden ze er ook één, maar die was van de bond, terwijl die van ons echt van de vereniging was”, vertelt Bressers trots. “We zijn af en toe een beetje dwars en vooruitlopend op de zaken.”
Hoogtepunten na hoogtepunten
Ook op sportief niveau kent de club een heleboel hoogtepunten. Zo werden de heren in 2013 landskampioen. Na dit historische landskampioenschap bleef HC Rotterdam ook de jaren erna op hoog niveau meedraaien. “We zijn bij de heren hofleveranciers van het Nederlandse elftal. We hebben er dit keer zes afgeleverd. En dat zijn allemaal jongens die hier echt gestart zijn als mini of als kind. Echt kinderen van de club.” Dat is juist ook waar HC Rotterdam zich hard voor maakt: “We besteden echt tijd en aandacht aan onze eigen spelers.”
Eén van die eigen spelers is – of eigenlijk was – Jeroen Hertzberger. Hertzberger groeide met 383 treffers uit tot topscorer aller tijden in de Hoofdklasse. Maar na een loopbaan van 22 seizoenen, waarin hij 601 doelpunten maakte, 267 interlands speelde en zowel twee Europese als één nationale titel won, speelde de Rotterdammer deze lente zijn laatste wedstrijd.
“Dat iemand 22 jaar lang bij één club speelt, dat zie je never nooit meer in hockey”, benadrukt Bressers. “Met zijn toewijding en sportmentaliteit heeft hij wel iedereen wakker gemaakt en laten zien dat dit is wat er voor nodig is. En zijn mentale weerbaarheid. Niet geselecteerd worden en dan toch weer doorgaan, echt dat Rotterdamse… Dat is heel mooi en inspirerend.”
Weg-weg is Hertzberger gelukkig niet. Hij speelt onder andere in het veteranenteam en begeleidt het kinderhockey. “Maar hij staat tegenwoordig wel vaker langs de lijn”, vertelt Lagendaal.
Sportvereniging belangrijk voor de stad
Mét Hertzberger langs de zijlijn kijken Bressers en Lagendaal positief naar de volgende 100 jaar. “We zijn de grootste sportvereniging van Rotterdam en qua internationale bekendheid, zijn we gewoon echt één van de vaandeldragers. We hebben heel veel exposure voor Rotterdam weten te creëren”, vertelt Bressers. “We worden eerder groter, dan kleiner”, vervolgt hij.
Want de club is belangrijk voor Rotterdam en dat zal die volgens Bressers en Lagendaal altijd blijven. Vooral in een tijd van individualisme en telefoons, benadrukt Bressers. “De rol van sport, spel en plezier wil ik heel graag behouden. Dat de jeugd de mobieltjes lekker weg doet en bij ons komt sporten. Dat vind ik echt supermooi.”
Daarnaast voegt de club ook op maatschappelijk niveau wat toe aan de stad. Zo heeft de Rotterdamse Sportspullenbank bijvoorbeeld hun wortels geplant bij de club. “En door ons volume kunnen we ook vriendenteams creëren. Voor sommigen maakt het namelijk niet uit of ze winnen of verliezen, die vinden het gewoon belangrijk om met vrienden te spelen.”
Bressers heeft natuurlijk nog wel dromen. Bijvoorbeeld het winnen van het landskampioenschap met de vrouwen. “En als we dat nog een keer met de heren kunnen doen, dan is dat natuurlijk geweldig.”
Het hele jaar door vieren
Maar voor nu ligt de focus even op het 100-jarig bestaan. Dat het hele jaar lang wordt gevierd. “Vorig lustrum konden we niet vieren vanwege corona, dus het laatste grote lustrum wat we hebben gevierd, was de 90 jaar. De 100 was altijd eigenlijk een stip op de horizon. Dat we daar zijn gekomen is echt heel bijzonder”, vertelt Lagendaal. “Dit is pas het begin”, voegt Bressers toe. “Het hele jaar door, met borrels, feesten en andere activiteiten gaan we er bij stilstaan.”