Veel Rotterdamse politici vertrekken: ‘Het is niet te combineren met andere baan en gezin’

Ruim één op de drie raadsleden in Rotterdam stopt na de gemeenteraadsverkiezingen met het raadswerk. Dat blijkt uit een rondgang van onze mediapartner Rijnmond langs de verschillende fracties. Ook vertrok bijna een kwart van de raadsleden al tussentijds. “De combinatie van raadswerk, ander werk én een gezin is niet te doen.”

Na de verkiezingen van 18 maart nemen we afscheid van 16 van de 45 raadsleden. Sommige raadsleden willen plaatsmaken voor een jongere generatie, voor anderen is werkdruk de reden om te vertrekken. Dat laatste geldt ook voor Duygu Yildirim (PvdA).“Ik vind het heel jammer, maar het is niet te combineren met een kind. Neem alleen al de vergadertijden: die zijn soms tot één uur ‘s nachts, dan ben je dus op een dag zeker zestien uur van huis weg.”

‘Niet even een part-time job’
Yildirim is niet de enige bij wie dit speelt. Bij de VVD gaan twee van de drie vertrekkende raadsleden weg vanwege de hoge werkdruk. Huidig fractievoorzitter Dieke van Groningen licht toe: “Mijn collega Simon Becker is net een vastgoedbedrijf gestart. Dat valt niet te combineren met het raadswerk en een gezin. Ook Jordi Vicario heeft andere prioriteiten. Voor hen allebei was het lastig om alles te bolwerken.”

Van Groningen vertrekt zelf na de verkiezingen ook uit de lokale politiek, maar heeft daar andere redenen voor. “Ik heb er twee termijnen opzitten en ga naar de landelijke politiek. Ik kijk met veel plezier terug op de afgelopen acht jaar, waarin ik veel voor ondernemers heb kunnen doen. Maar het was ook uitdagend. Raadslid zijn in de grote stad is niet even een parttime-job. Ik heb zelf twee kinderen én een eigen bedrijf, dus dat vraagt wel flexibiliteit van je gezin en je werk.”

Naast de zestien Rotterdamse raadsleden die ná de verkiezingen stoppen, stopten er ook al tien tussentijds. In zeker de helft van de gevallen vanwege de werkdruk of omdat het raadswerk niet te combineren viel met een nieuwe baan.

Ook raadsleden die andere redenen hadden om te stoppen, gaven aan dat het werk veel van hen vraagt. Daarbovenop legden nog eens twaalf raadsleden het raadslidmaatschap neer omdat ze wethouder werden, of naar de landelijke politiek gingen.

Teveel druk?
Dennis Tak (PvdA) stopte afgelopen september met het raadswerk. “Ik geef bij de Rabobank leiding aan een team, wat op drukke momenten meer dan veertig uur per week is. En daar bovenop kwam het gemeenteraadswerk. Dat moest dan vaak nog tussendoor en in de avonduren.”

Het raadswerk trok een grote wissel op zijn privéleven. “Ik vind het niet normaal om tegen mijn vrouw te zeggen: ik zit in de politiek, nota bene bij een progressieve partij, en jij blijft thuis om voor de kinderen te zorgen. Maar dit is wel wat er in de praktijk gebeurt”, vertelt Tak. “Bovendien, toen vier jaar geleden mijn dochter werd geboren, zat een maand ouderschapsverlof er zelfs niet in. Zoiets bestaat gewoon niet in de politiek, het is zo ouderwets.”

Grote zorgen
Abdullah Uysal, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, maakt zich grote zorgen over de hoge werkdruk onder raadsleden. “We zien een landelijke trend dat veel raadsleden stoppen omdat zij hun raadswerk niet kunnen combineren met hun andere baan of met hun gezin. Dat zegt dus niets over het plezier, maar over het huidige stelsel. Dat past niet meer bij deze tijd.”

Uit eerder landelijk onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat ruim één op de zeven raadsleden de lokale politiek tussentijds heeft verlaten. Rotterdam zit dus ver boven dat gemiddelde. “Vooral voor raadsleden uit de vier grote steden voelt het werk soms als een fulltimebaan”, zegt Uysal.

“Gemeentepolitiek gaat al lang niet meer over scheve stoeptegels. Steeds meer taken worden van de landelijke politiek overgeheveld naar de gemeentelijke politiek, waardoor je vaak veel tijd kwijt bent om je deze dossiers eigen te maken.”

Twintig uur per week
Voor het raadswerk staat gemiddeld twintig uur per week, maar veel raadsleden in Rotterdam gaan daar ver overheen. Ook Ingrid van Wifferen (D66) herkent dat. Na twee termijnen stopt zij er in maart mee. “Het is gebruikelijk om na acht jaar te stoppen, maar eerlijk is eerlijk: de belasting is ook zwaar, dus ik verlang wel naar iets meer controle over mijn eigen tijd. Laatst nog lag ik om 3 uur ‘s nachts in bed na een dag vergaderen, en dan moet ik de volgende dag om 8 uur weer op werk zijn om les te geven.”

Wekelijks komen de raadsleden op woensdag en donderdag bij elkaar. “Op die dagen weet je nooit hoe laat je klaar bent. Daarnaast moet je op andere avonden soms ook nog technische sessies en inspraakavonden bijwonen, en je wilt wekelijks nog spreken met je inwoners. Bovendien werk ik er drie dagen naast, waardoor ik vaak in de weekenden alle stukken aan het lezen ben. En op vakantie word je nog gebeld door journalisten. Geloof me: het is superleuk om te doen, maar ook echt intensief.”

Scheve representatie
Doordat het raadswerk zo belastend is, ontstaat volgens Uysaleen scheve representatie in de raad. “Vaak zie je dat vooral studenten, zoals ikzelf, of pensionado’s dit werk doen. Zij hebben tijd om zich in de dossiers te verdiepen. Hierdoor verdwijnt de middengroep; de dertigers en veertigers met gezinnen. Dat is niet goed. Je wilt ook werkende mensen in de raad houden, ondernemers, en mensen met gezinnen. Anders herkennen inwoners zich straks niet meer in de mensen aan de knoppen.”

De vergoeding die raadsleden ontvangen, hangt af van het aantal inwoners in de gemeente. In Rotterdam gaat het om ruim 3000 euro bruto per maand.

Fulltime baan?
Al jaren is er discussie of het vak van raadslid – zeker in de grote gemeenten – niet fulltime zou moeten zijn. Toch twijfelt Uysal of dat dé oplossing is. “Kijk, het voordeel aan fulltime raadswerk zou zijn dat het voor iedereen toegankelijk is, ook voor die dertigers en veertigers met gezinnen.”

Maar het nadeel, volgens hem, is dat raadsleden dan niet meer met één been in de samenleving staan. “Dat is ook de reden waarom het nu een deeltijdfunctie is. Raadsleden weten wat er speelt doordat zij ander werk ernaast doen en tijd in de wijk doorbrengen. We moeten voorkomen dat we, zoals de Tweede Kamer, vooral met onszelf bezig zijn en niet met de inwoners waar we het voor doen.”

Er is ook goed nieuws
Volgens Uysal moet vooral gekeken worden naar meer en goede ondersteuning, met name in de grote gemeenten. “Het is nu afhankelijk van gemeenten zelf of in ondersteuning wordt geïnvesteerd. En vaak durven gemeenten daar niet in te investeren, bang voor kritiek uit de samenleving dat het geld ‘naar hen’ gaat. Terwijl goede ondersteuning van een griffie het raadswerk makkelijker en overzichtelijker maakt.”

Toch ziet het er niet naar uit dat er binnenkort verlichting komt. “Er gaat steeds minder geld naar gemeenten, terwijl gemeenten er meer taken bij krijgen”, aldus Uysal. Maar er is niet alleen maar reden om te somberen. “We hebben 342 gemeenten en 8462 raadsleden, en die plekken zijn de afgelopen periode allemaal gevuld. En het ziet ernaar uit dat dat straks ook weer gewoon het geval is. Raadsleden zijn óók heel enthousiast over het werk dat ze doen, gelukkig maar.”