‘Vergeet onze generatie niet’: Jongeren Woondebat in Het Nieuwe Instituut

Wonen is hét thema van deze verkiezingen. Vooral jongeren zien nog maar weinig kansen op de woningmarkt. Tijdens het Jongeren Woondebat in Het Nieuwe Instituut klonk dan ook een duidelijke oproep aan de politiek: “Vergeet onze generatie niet.”

Tien politici gingen in gesprek met een kritisch jongerenpanel, onder wie Nimça Muuse en Suraya Osawaru. De sfeer was open, maar ook gespannen. Jongeren voelen de urgentie. “Wat gaan jullie morgen doen, wat is het eerste wat je gaat doen waardoor je ons kan helpen aan een woning?” vroeg een van de panelleden.

Nimça liet er geen twijfel over bestaan. “Ik wil me hard maken voor iedereen die uit huis is en uit huis wil, omdat het bijna niet meer te betalen is.” Suraya vult aan: “Ik denk dat veel jeugd zich zorgen maakt over uit huis gaan.”

Suraya woont momenteel in een kleine studentenflat. “Het is klein, maar voor nu is het fijn”, zegt ze. Toch verlangt ze naar haar eigen plek. Nimça deelt een woning met huisgenoten, maar betaalt voor twintig vierkante meter maar liefst 800 euro. Beiden vragen zich af wat er gebeurt met leegstaande panden, en of er eindelijk meer betaalbare sociale huurwoningen bijkomen.

De politici luisterden aandachtig en reageerden ieder vanuit hun partijstandpunt. De SP wees op de leegstand: “Heel veel jongeren zoeken een woning, terwijl er inmiddels ruim 62.000 woningen langer dan een jaar leegstaan.” NSC benadrukte dat wonen een basisrecht moet zijn: “Iedereen moet kunnen wonen, niet alleen in economisch goede tijden. Ongeacht de grootte van de portemonnee.” En de Partij voor de Dieren hield het kort maar krachtig: “Minder stallen, meer huizen.”

Wat Nimça opviel, was het taalgebruik van de politici. “Wat de Tweede Kamer ook doet: veel termen, moeilijk taalgebruik en ook niet passend bij de doelgroep”, zegt ze. Ze had bovendien graag nog gesproken over de mentale gevolgen van jongeren die noodgedwongen lang bij hun ouders blijven wonen.

Het jongste politieke lid in de zaal, Steven Peltenburg, kandidaat-Kamerlid voor de SP, omschreef het debat als productief: “Goed om te zien dat er zoveel jongeren waren. Jongeren vragen geen gouden bergen. Ze willen een goed bestaan opbouwen met een woning, dat is meer dan terecht.”