Een flipover met dt-vormen van de Nederlandse les eerder in de week, een volle vergaderzaal en het komen en gaan van allerlei ambtenaren en de wijkagent: dat is zo’n beetje wat we zien in de anderhalf uur dat we in de Wijkhub BoTu zijn. Het is niet de eerste Wijkhub die we bezoeken. Met de Wijkredactie zien we er in het afgelopen jaar wel tien van binnen; soms hele dagen lang. Vaak met meerdere vergaderruimtes en vol Gispen-meubels. Het zijn vrijwel allemaal gelikt afgewerkte wijkkantoren. Maar één ding zien we er niet zo vaak: de wijkbewoners waarvoor de hubs bedoeld zijn.
In het kort
– In 2021 start de gemeente met Wijkhubs, binnen een jaar zijn er 13 en inmiddels 39.
– Het grootste deel van deze Wijkhubs zit in particulier vastgoed, in sommige gevallen met kort lopende huurcontracten. Totale huurkosten: 1 miljoen. Dat terwijl een Wijkhub gemiddeld maar 17 uur per week open is, met uitschieters naar boven (36 uur) én naar beneden (5 uur of minder).
– Sommige wijkraden en wijkmanagers zijn blij met de hubs: Het verkleint de afstand tussen Rotterdammers en gemeente.
– Er is ook kritiek: De hubs zouden niet goed aansluiten op bestaande (informele) initiatieven die in sommige gevallen al jaren in de wijken zitten en ze worden relatief weinig gebruikt.
– De wethouder is positief maar ziet ook dat het een proces van de lange adem is: Een nieuwe werkwijze implementeren kost tijd. Nog niet alle ambtenaren zijn overtuigd en dus zijn de Hubs soms onderbemand.
Sinds 2021 is de gemeente bezig met het uitrollen van Wijkhubs in alle wijken van de stad. Het moeten plekken zijn ‘waar bewoners zonder afspraak terechtkunnen met vragen en signalen’ en flexwerkplek bieden voor medewerkers van de gemeente, zodat die weer vaker in de wijken zijn. In veel gevallen zijn ook bijvoorbeeld de wijkagent en jongerenwerkers in de hubs te vinden. Zo hoopt de gemeente de afstand tussen gemeente en burger te verkleinen. Maar onregelmatige openingstijden en het gebrek aan aansluiting bij bestaande, informele netwerken maken het volgens meerdere hulpverleners en wijkraadsleden nog geen onverdeeld succes.
Afstand
Nu, vier jaar na de eerste Wijkhub, is er een in iedere wijk. Het idee is geboren ten tijde van de eerste covid-golf. De hubs moeten een toevoeging zijn aan de al bestaande voorzieningen in de wijk. Uit de gemeentelijke voortgangsrapportage van 2022 blijkt dat de gemeente de hubs snel weet te realiseren. Eind 2021, nog geen half jaar na het eerste idee van de hubs, heeft de gemeente er al 13. En ze werken, volgens diezelfde rapportage, hard door: ‘Er lopen meerdere haalbaarheidsonderzoeken en zoekopdrachten. Het is de bedoeling de Wijkhubs uit te bouwen tot volwaardige gemeentelijke dienstverleningplekken voor de Rotterdammers.’
Het idee is dat de Wijkhubs binnen de gemeente moeten leiden tot een andere manier van werken. Er wordt dan ook geen extra personeel aangenomen om de hubs te bemannen, de hubs worden gezien als extra (flex)werkplekken binnen de gemeente. De hubs bestaan naast de Huizen van de Wijk en andere (in)formele initiatieven. Robert Simons, die als wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur (wijken en kleine kernen) verantwoordelijk is voor de hubs, geeft aan dat het zo snel is gegaan omdat het idee voor de hubs geen linkse of rechtse politiek is: “We zijn er voor de Rotterdammers. Bijna iedere partij draagt het idee.”
Wijkmanager Bospolder-Tussendijken (BoTu) Liesbeth Werleman is erg blij met de komst van de Wijkhubs: “Ik vraag altijd aan mijn collega’s of ze hier naartoe komen.” Volgens Werleman is er niets mooier dan in de wijken werken, want je werkt tenslotte voor de Rotterdammers. “Maar collega’s vinden het soms lastig dat er zomaar mensen binnenlopen die wat vragen, dan worden ze gestoord en moeten ze hun werk onderbreken.”
Openingstijden
De Wijkhub in BoTu zit een straat achter het Huis van de Wijk Pier 80, een plek die bekend is bij veel wijkbewoners en ook veel wordt bezocht. Het Huis van de Wijk is daarnaast iedere werkdag van 08:30 tot 17:00 open. De Wijkhub vier dagen per week, van 09:30 tot 15:30. Daarmee scoort de Wijkhub BoTu flink boven de gemiddelde openingstijd. De fractie van VOLT Rotterdam bezocht in 2024 een aantal maanden 15 verschillende hubs door heel de stad. Ze kwamen erachter dat Wijkhubs minder toegankelijk zijn dan gehoopt: gemiddeld waren de hubs maar 14 uur per week open met een aantal uitschieters naar beneden. In Hoek van Holland was de hub maar een uur per week open en in Rozenburg twee uur.
Tim Kind, gemeenteraadslid voor VOLT, vraagt zich af of de Wijkhubs wel goed genoeg gevonden worden door Rotterdammers: “Kijk, als er elke dag 300 bewoners binnenlopen en die worden geholpen, dan levert het geld op. Maar anders ben je gewoon lucht aan het verplaatsen.” Hij weet daarnaast niet of, naast de geringe openingstijden, wel duidelijk is met welke vragen je naar een Wijkhub kunt: “Creëer nou eens even duidelijkheid welke vraag je waar kan stellen. Wij zien best vaak dat mensen van Wijkhubs, naar Huizen van de Wijk naar de Vraagwijzer en weer terug worden gestuurd.” Wijkmanager Liesbeth bevestigt die onduidelijkheid: “Ja, dat is inderdaad soms lastig. Ook voor mij. Ik ben ook een gewone Rotterdammer en overzie dat soms niet.”
Na aangenomen moties van Joey de Waard (Leefbaar Rotterdam) en Dennis Tak (PvdA) en Naoufal Akhatab (DENK) over de openingstijden, zijn er volgens een recente brief aan de gemeenteraad, een aantal verbeteringen doorgevoerd. In 19 van de 39 Wijkhubs zitten volgens de wethouder nu mensen van 14010, het informatienummer van de gemeente Rotterdam. Een stuk makkelijker voor veel mensen dan bellen, want ze worden direct geholpen “Wat is uw vraag mevrouw? Effe printen, hier hebt u uw antwoord. Nou, dat is toch mooi?!”, aldus de wethouder. Ook heeft een twintigtal van de hubs nu ‘gastheren of gastvrouwen’ en zijn ‘36 wijkhubs gedurende minimaal 4 dagdelen, verdeeld over tenminste drie dagen geopend.’ De moties worden daarmee beschouwd als afgedaan.
Het online overzicht van de openingstijden is nog steeds een wirwar van gegevens. Dat komt niet in de laatste plaats omdat de meeste Wijkhubs nog steeds alleen maar op bepaalde dagen en bepaalde dagdelen zijn geopend en sommige bijvoorbeeld alleen in oneven weken. Ten tijde van het onderzoek van VOLT, in 2024, was de gemiddelde openingstijd van een Wijkhub 14 uur. Dat is inmiddels iets gestegen, naar 17 uur. Maar er zijn nog steeds 7 hubs vijf of minder uur open per week.
In 2015 startte toenmalig wethouder Hugo de Jonge al met een soortgelijke aanpak. Misschien ben je er wel eens binnengelopen: het Huis van de Wijk. Deze Huizen van de Wijk – die in de meeste wijken nog steeds bestaan náást de Wijkhubs – zijn in veel gevallen oude buurthuizen of gemeentelijk vastgoed dat nu wordt gerund door een welzijnspartner van de gemeente. Bijvoorbeeld SOL, Dock of Humanitas. Deze Huizen van de Wijk bieden in veel wijken een laagdrempelig toegankelijke huiskamer waar je een kop koffie kunt krijgen, activiteiten worden georganiseerd en bewoners worden geholpen met bijvoorbeeld hun administratie.
▼
Huurcontracten
Uit navraag bij de gemeente blijkt dat er van de 39 Wijkhubs in totaal 31 worden gehuurd van particulieren. Dat kost de gemeente op dit moment iets meer dan 1 miljoen per jaar: “Mensen denken altijd dat wij een grote vastgoedportefeuille hebben”, maar dat valt volgens de wethouder best mee. Ook blijkt er na onderzoek weinig mogelijkheden om aan te sluiten bij bestaande faciliteiten: “Nou, dat is een ingewikkeld verhaal. Dat is een aanbesteding welzijn, dus dat gaat niet. Bovendien staan ze daar zelf ook niet altijd voor open”, aldus de wethouder. En dus wordt er gekozen voor huur.
Zo’n huurcontract in de Tarwewijk zorgde recent voor problemen. De eigenaar wil het pand namelijk verbouwen tot woningen, en dus werd het huurcontract met de gemeente beëindigd. Nadat in eerste instantie bleek dat de gemeente niet van plan was een vervangende plek te regelen voor de hub, diende de wijkraad een ongevraagd advies in. Met succes: tijdens de actualiteitenraad van 24 april 2024 zegt wethouder Simons toe op zoek te gaan naar een nieuwe plek.
Er zijn op dit moment maar acht Wijkhubs waarbij de gemeente niet afhankelijk is van een verhuurder. Toch zien ze hier weinig risico: ‘De kans dat zich een situatie voordoet zoals in Tarwewijk is klein. De gemeente wordt vaak als welkome huurder beschouwd en een situatie waarbij een eigenaar/verhuurder een pand verkoopt heeft niet zomaar gevolgen voor het lopende contract. In het geval van Tarwewijk wilde de nieuwe eigenaar het pand verbouwen tot appartementen. Een functieverandering die niet zomaar overal mogelijk is.’
Inrichting
Voor het inrichten, verbouwen en onderhouden van alle 39 Wijkhubs heeft de gemeente tot op heden 3,2 miljoen uitgegeven. Dat is exclusief de iets meer dan 1 miljoen huurkosten op jaarbasis. Uit een kasschuif in de gemeentelijke begroting van 2024 – waarbij 400.000 euro voor de inrichting van vijf Wijkhubs werd overgeheveld vanuit 2023 – en de totale kostenpost van 3,2 miljoen euro, is op te maken dat het inrichten van een Wijkhub ongeveer 80.000 euro kost.
De precieze prijs per hub varieert volgens de gemeente: ‘De staat en omvang van ieder pand is anders, waardoor er de ene keer meer kosten gemaakt moeten worden dan de andere keer. Te denken valt hierbij aan benodigde schilderwerkzaamheden, maar ook aan kosten voor het aanbrengen van ICT-faciliteiten en de inbouw van balies.’ In het geval van de hub in de Tarwewijk – waar 125.000 euro in het pand is geïnvesteerd – gaat een deel van deze kosten nu verloren, maar volgens wethouder Simons is het niet allemaal weggegooid geld: “Bijvoorbeeld ICT en de alarminstallatie kunnen we gewoon mee terug nemen.”
Winst voor de wijk
Roy van Lieshout, voorzitter van de Wijkraad in Tarwewijk, kwam direct in actie toen hij hoorde dat zijn Wijkhub zou verdwijnen. Het is een van de oudste Wijkhubs van de stad en wat Van Lieshout betreft een belangrijke plek in de wijk: “Hij heeft behoorlijk wat functies, zeker als je kijkt naar andere Wijkhubs. Naast 14010-medewerkers vind je ook de reclassering en wij hebben er als Wijkraad vaak afspraken.” De kracht en meerwaarde zit hem volgens Van Lieshout vooral in het samenkomen van al die diensten.
Volgens Van Lieshout weten de wijkbewoners de hub ook goed te vinden: “Binnen de gestelde openingstijden wordt de aanloop [door de gemeente, red.] als voldoende ervaren. Dat betekent meerdere mensen per dag die zich melden.” Hoeveel dat er precies zijn, weet Van Lieshout niet. In een reactie stelt de gemeente dat de effectiviteit van de Wijkhubs op dit moment ‘kwalitatief wordt onderzocht om zo het gebruik […] beter in kaart te brengen en om inzicht te krijgen in de ervaringen van bewoners.’
Onder andere vanwege dat gebrek aan vertrouwen is het volgens de wijkraadvoorzitter belangrijk dat de gemeente dit soort plekken in de wijken heeft: “Je geeft ook een signaal aan de buurt: dat je aanwezig bent en benaderbaar bent.” Toch denkt Van Lieshout dat er echt nog wel het nodige te verbeteren valt aan de hubs: “Met 14 uur in de week, zitten we onder de gemiddelde openingstijd van 17. De openingstijden natuurlijk zeggen niet alles, veel gebeurt op afspraak en ik ben bijvoorbeeld al blij dat de hub op woensdagmiddag open is, maar dat kan beter.”
Wel heeft hij vraagtekens bij het huurcontract dat de gemeente is aangegaan om de hub te realiseren: “Als Wijkhubs iets is waar we met z’n allen voor hebben gekozen dat ze moeten bestaan, dan zou het niet gek zijn dat er vastgoed wordt aangekocht.” En in die zin ziet hij dan ook wel kansen voor het samenvoegen van meerdere initiatieven: “We hebben hier bijvoorbeeld een speeltuin, dat is gemeentelijk vastgoed, maar wordt gerund door een vrijwillig bestuur. Die hebben het daar moeilijk mee. Als de nieuwe Wijkhub daar nou zou aansluiten, dan kan de gemeente zorg dragen voor hun vastgoed dat bij de speeltuin hoort en hebben wij een Wijkhub.”
Trucje
Ria Vuik werkt al zeker acht jaar als hulpverlener vanuit de protestantse kerk op Zuid. Vuik heeft vraagtekens bij het functioneren van de Wijkhubs: “Ik ben er zelf langsgefietst: Wat doen ze daar? Wat is dit? Ik kom nog uit de tijd dat je naar de deelgemeente kon, en dat was een logische plek. Ging het niet over vervoer, dan ging het wel over een kleine aanvraag. Dat is allemaal gecentraliseerd en digitaal geworden.” Maar wat er precies allemaal mogelijk is in de Wijkhub, is volgens Vuik niet duidelijk: “Als je een bloemenwinkel begint, moet wel duidelijk worden dat als je binnenkomt dat je bloemen verkoopt.”
“Het is bijna een soort trucje geweest: kijk eens, we zorgen dat we in alle wijken zijn.” Van haar cliënten – iedereen kan bij haar binnenlopen met een hulpvraag – hoort ze dat ze de Wijkhub vooral ontoegankelijk vinden: “Mijn cliënten zeggen ook: Je komt daar niet binnen wanneer je geen afspraak hebt. Heel vaak zit de deur op slot.” En dat maken van een afspraak is ook nog eens een drempel, want dat gaat vaak digitaal. Daarnaast is het wachten op een afspraak vaak niet eens een mogelijkheid: “Mensen die het moeilijk hebben, die hebben niet zo veel stressbestendigheid. Die hebben vaak direct hulp nodig.”
Ook het gebrek aan aansluiting bij wat er in een wijk al is, iets dat Van Overdam ook aangeeft, valt haar op: “Wat ik van die hubs heel lastig en jammer vind… Hoe hebben die hubs contact gezocht met alles wat er in de wijk al was?” Die onduidelijkheid, de onregelmatige openingstijden en het gebrek aan aansluiting bij bestaande, informele netwerken maken het volgens Vuik geen succes: “Er bestaan parallelle werelden. Mensen gaan naar een warme plek, naar House of Hope, naar de inloop. Bakje koffie, en wanneer je een vraag hebt kun je die gewoon stellen.”
Dat binnenlopen en daar keer op keer dezelfde mensen zien, is volgens Vuik een van de belangrijkste onderdelen van het bieden van goede hulp. Terwijl de bezetting van de Wijkhubs nog weleens varieert. Dat is volgens Vuik de reden dat mensen met een hulpvraag toch kiezen voor die warme plekken: “Er is continuïteit. En, gemeente, je hebt het al… Dat is het eeuwigdurende debacle in de stad: er komt weer een nieuwe generatie die het wiel weer uit gaan vinden. Er is niets nieuws onder de zon. Dat hebben we allemaal al gedaan. Je mag best wel een nieuwe wijn schenken, maar ga wel te raden bij wat er al is.”
Eerlijke verhaal
“Ik ben redelijk tevreden. Kijk, als ambitieus wethouder wil je het liefst dat het overal goed gaat. Maar ik moet gewoon het eerlijke verhaal vertellen: Ik kom ook in de wijken en ik zie en hoor wat jullie zien”, aldus wethouder Robert Simons. Simons ziet het als een leertraject: “Wat moeten we nou anders doen in een Wijkhub om het beter te laten lopen.” Voor hem zijn de openingstijden nog steeds een doorn in het oog: “Ik heb net nog even zitten kijken, dan denk ik ook van: Ja, daar zit geen lijn in… Dat kan echt wel beter.” Er zijn zelfs zeven Wijkhubs die op dit moment particulier gehuurd worden die minder dan tien uur in de week open zijn. Daar is de wethouder kort over: “Ja, klopt. Dat is zonde van het geld.”
Simons geeft aan dat het een proces van trial and error is: “Je komt erachter dat een aantal van die Wijkhubs op de verkeerde plek zitten.” Hij noemt als voorbeeld de Wijkhub in het Timmerhuis. “Mensen weten het niet te vinden. Dan moet je serieus nadenken: gaan we hiermee door?” Simons komt ook terug op de situatie in de Tarwewijk: “Dat huren we al 20 jaar. En als er dan een andere eigenaar komt die zegt: ‘ik wil er iets anders mee…’ Ja, dat is vervelend. Maar dat hebben we nog maar een keer meegemaakt deze periode. Dus de schade is te overzien.”
Draagvlak
Voor de gebrekkige openingstijden wijst Simons ook naar het animo onder de ambtenaren: “Al onze ambtenaren hebben in principe een uitnodiging gekregen om zich een ochtend in de maand in te schrijven voor het werken in een Wijkhub. Een aantal maakt daar enthousiast gebruik van, maar een aantal vindt het ook een verstoring van hun dagelijkse routine.” Maar volgens de wethouder kan werken in de wijken het werk van de ambtenaren die voornamelijk in De Rotterdam werken – net aan de andere kant van de Erasmusbrug – juist verbeteren: “Maar goed, dat is wel een uitdaging. Niet iedereen denkt er zo over. Het is een beetje sleuren en trekken.”
Over de kortlopende huurcontracten en de aankomende verkiezingen, die potentieel kunnen zorgen voor een snel vertrek van de Wijkhubs, maakt de wethouder zich geen zorgen: “Ik hoop, maar ik verwacht ook wel, dat het concept Wijkhubs ook binnen een nieuw college overeind blijft.” Of er partijen zijn die de hubs in hun verkiezingsprogramma opnemen, is nog weinig duidelijk. Maar dat nog niet alle ambtenaren overtuigd zijn van het werken in de wijk, staat als een paal boven water. Iets dat juist veel informele netwerken en Huizen van de Wijk al jaren met succes doen.