Raadsleden Kevin van Eikeren (PRO) en Emin Başoğlu (SP) hebben schriftelijke vragen gesteld aan het college over de huisvesting van arbeidsmigranten in leegstaande sociale huurwoningen van Woonbron. De vragen volgen op een artikel dat OPEN Rotterdam publiceerde over de (tijdelijke) huisvesting van arbeidsmigranten in leegstaande sociale huurwoningen van Woonbron. Beide raadsleden hebben grote vraagtekens bij de manier waarop deze woningen nu worden gebruikt.
Volgens Van Eikeren is het gebruik van de woningen op deze manier niet ‘verstandig’. Hij noemt het zelfs ‘structurele uitbuiting, verpakt in een juridische constructie’. Het PRO-raadslid wil onder andere van het college weten wat zij ervan vindt dat het zo lang duurt voordat de flat gesloopt wordt. De flat staat al sinds 2021 op de nominatie om tegen de vlakte te gaan, maar dat gaat – na drie keer te zijn uitgesteld – waarschijnlijk pas in 2028 gebeuren. Dat roept bij Van Eikeren de vraag op of de Leegstandwet hier nog wel goed werkt.
Actualiteitenraad
SP-raadslid Başoğlu vindt het ‘onacceptabel dat schaarse sociale huurwoningen worden onttrokken aan de reguliere woningvoorraad’. Hij vraagt zich af hoe het college handhaaft dat werk en wonen in dit soort situaties daadwerkelijk gescheiden zijn en dat huurders goed zijn beschermd. Wat Başoğlu betreft komt er zo snel mogelijk een debat. Dat debat lijkt er ook te gaan komen, tijdens de commissievergadering van 16 september.
Ook Van Eikeren pleit voor strengere controles. Hij vindt dat de gemeente regelmatig moet controleren of de vergunningen nog voldoen aan wat er ooit is afgesproken, iets dat de gemeente volgens hem nu niet checkt: “Een flat met senioren verder volproppen met arbeidsmigranten die met uitbuitingconstructies gehuisvest worden is niet wat we willen. Als een sloopproject jarenlang uitgesteld wordt dan moet je je afvragen of deze constructies dan de leefbaarheid ten goede komen.”
Kwetsbaar
Daarnaast vragen zowel Başoğlu als Van Eikeren of er meerdere corporaties zijn die, via de Leegstandwet, sociale huurwoningen tijdelijk verhuren aan uitzendbureaus. Wat Van Eikeren betreft is goede huisvesting voor arbeidsmigranten noodzakelijk, maar is de constructie in de Jan Meertensflat niet de manier: “Dat we werkgevers op deze manier mensen als oud vuil laten ophokken is echt op de wilde spinnen af. De wijk wordt er niet wijzer van, maar ook voor de arbeidsmigranten zelf is zo leven niet wenselijk. Gemeente, werkgevers en bouwende partijen moeten de handen ineen slaan en een plan maken om goed geregelde huisvesting dichterbij het werk te regelen. Werkgevers willen ook graag daarin bijdragen, maar dat vraagt wel een actieve rol van de overheid.”