De Roparun finisht dit Pinksterweekend weer op de Coolsingel. Meer dan tweehonderd teams komen na ruim 500 kilometer lopen en rijden aan in Rotterdam. Door de verwachte tropische temperaturen geldt er een hitteprotocol.
Honderden teams leggen lopend (en rijdend) meer dan 500 kilometer af in estafettevorm. Per team is er steeds één loper met begeleiding actief. Non-stop, drie dagen lang. Dit jaar is er een Franse en Nederlandse route, allebei met finish op de Coolsingel. Het doel is geld ophalen om het leven van mensen met kanker draaglijker te maken.
Vanwege de tropische temperaturen is er een hitteprotocol ingesteld. De organisatie adviseert alle deelnemers onder meer om voldoende te drinken, een petje te dragen en alert te zijn op signalen van oververhitting.
Jubileumeditie
De Roparun is ooit begonnen met een weddenschap in 1992 tussen collega’s Peter van der Noord en Sjaak Bril. Aan de eerste editie doen uiteindelijk dertien teams en twintig vrijwilligers mee. Tijdens de 35ste editie staan er 203 teams aan de start. Dit jaar doet er een recordaantal nieuwe teams mee, namelijk 22.
Finish gewoon weer op de Coolsingel
De finish is dit jaar gewoon weer op de Coolsingel. Vorig jaar kon dat vanwege werkzaamheden aan het Hofplein niet, toen werd de eindstreep verplaatst naar de Binnenrotte. In 2018 en 2019 finishte de Roparun daar ook.
Wat is het streefdoel?
Tijdens de aftrap van dit Roparun-seizoen sprak directeur Lesly Wolters de ambitie uit om dit jaar 5 miljoen euro op te halen. “Dat moet lukken. Onze bekendheid in het land is de afgelopen jaren enorm gegroeid.” De 34ste editie leverde 4,7 miljoen euro op. Vier ton hoger dan het jaar ervoor en bijna een miljoen euro meer ten opzichte van 2023.
De vele euro’s worden gebruikt om meer kwaliteit van leven te bieden aan mensen met kanker in hun laatste levensfase. Denk aan haarwerken, vakantiekampen voor zieke kinderen, psychosociale ondersteuning en het inrichten van hospices. Jaarlijks steunt Stichting Roparun honderden doelen in Frankrijk, België en Nederland.
Lees het hele artikel op Rijnmond.