“De politie heeft niet goed gereageerd na de vernielingen bij de Mevlana-moskee vorige week”, zegt burgemeester Carola Schouten tijdens het debat dat aangevraagd was door DENK. “De politie erkent dat dit anders had gemoeten.”
Zes personen richtten in de nacht van donderdag 28 mei op vrijdag 29 mei schade aan. Rond 00.40 uur gedroeg de groep zich volgens de moskee agressief. Ook werden bierflessen en verkeerspionnen richting het gebouw gegooid en urineerden de verdachten bij de moskee. Daarbij werd onder meer een mozaïekmuur beschadigd. Op het moment van het incident waren er nog bezoekers aanwezig in het gebouw. Zij voelden zich volgens het moskeebestuur ernstig bedreigd.
De melding werd als vernieling (in plaats van dreigement) geregistreerd en kreeg daardoor geen prioriteit. Schouten zegt dat de politie erkent dat de situatie anders had moeten worden aangepakt en werkt met moskeeën aan maatregelen om de veiligheid te verbeteren.
Burgemeester Carola Schouten noemt de vernielingen bij de Mevlana Moskee in Rotterdam-West onacceptabel. In een debat sprak de gemeenteraad unaniem zijn afschuw uit over het incident.
Niet de eerste keer
DENK-fractievoorzitter Serkan Soytekin vindt het incident een “onderdeel van een patroon van haat tegen moslims en de islam.” Hij vervolgt: “Maar de urgentie lijkt er niet te zijn om deze gemeenschap te helpen. Dat wordt versterkt door hoe de politie heeft gereageerd. Moskeegangers voelen zich keihard in de steek gelaten.”
Zo ontvingen Rotterdamse moskeeën begin september haatbrieven, sommige zelfs besmeurd met bloed. Eerst kreeg de Ayasofya-moskee een brief en een week later was het raak bij de Essalaam-, Kocatepe- en Mevlana-moskee. Het maken van een reportage bleek lastig, omdat de besturen van de drie laatstgenoemde moskeeën het probleem geen podium willen geven. Moskee Centrum de Middenweg begreep die terughoudendheid, maar waarschuwde: ‘Het risico is dat je het normaliseert.’