In aanloop naar Keti Koti verandert het huis van Jacqueline Balsemhof in een atelier vol angisa’s, koto’s, pani’s en kimono’s. Met liefde en toewijding maakt en bewaart zij de traditionele Surinaamse klederdracht, een erfgoed dat volgens haar niet verloren mag gaan. Op 1 juli kleedt ze in Theater Zuidplein meer dan twintig mensen voor een kleurrijke optocht door Rotterdam-Zuid.
“Ik ben al weken bezig. Kijk, mijn huis ligt helemaal vol met angisa’s, koto’s, pani’s en kimono’s. Ik doe het graag, want Keti Koti komt eraan!”
De voorbereidingen voor Keti Koti zijn voor Jacqueline Balsemhof elk jaar intensief. Overal in huis liggen kleurrijke stoffen, hoofddeksels en traditionele kledingstukken. Toch voelt het werk voor haar niet als een verplichting, maar als een manier om verbonden te blijven met haar afkomst.
Balsemhof leerde het maken van Surinaamse klederdracht van haar voorouders. Toen ze nog in Suriname woonde, had ze er naar eigen zeggen minder belangstelling voor. Pas na haar verhuizing naar Nederland besloot ze bewust de traditie voort te zetten door zelf de kleding te leren maken.
Geheime taal
Een belangrijk onderdeel van de Surinaamse klederdracht is de angisa, de traditionele hoofddoek. Die werd niet alleen gedragen als versiering, maar ook gebruikt om boodschappen over te brengen. Balsemhof laat een angisa zien waarvan de punten naar links wijzen. “Deze betekent: wacht op mij op de linkerhoek.” De manier waarop de doek werd gevouwen en gebonden, vormde een soort geheimtaal. “De meester kende deze taal niet, dus zo konden mensen toch met elkaar communiceren.”
Om de angisa zijn karakteristieke vorm te geven, wordt de stof eerst stevig gemaakt met tapiocameel, een aftreksel van de cassaveplant. Het meel wordt gemengd met koud en vervolgens heet water tot een glad papje. Daarna gaat de stof in het mengsel en droogt hij in de zon, totdat de stof stevig genoeg is om in de gewenste vorm te worden gevouwen.
Voor Balsemhof is het werken met de stoffen en kleding meer dan handwerk alleen. Het roept herinneringen op aan haar geboorteland. “Om zo bezig te zijn, dan voel ik weer dat ik in Suriname ben. Een zalig, vredig en rustgevend gevoel.” Ze draagt de klederdracht niet alleen tijdens Keti Koti. Elke gelegenheid is voor haar een kans om een koto of angisa aan te trekken. “Ik heb er zo veel! Ik kan kiezen.”
Een erfstuk van vóór 1863
Tussen haar collectie bewaart Balsemhof ook een bijzonder erfstuk: een oude koto die volgens haar nog van vóór de afschaffing van de slavernij in 1863 is. Ze erfde het kledingstuk van een oudtante. “Ik heb hem een paar keer gedragen, maar ik wil niet dat andere mensen hem dragen. Maar als een museum hem wil kopen, dan mag dat.”
Keti Koti in Rotterdam-Zuid
Balsemhof kijkt uit naar 1 juli. In Theater Zuidplein worden dan meer dan twintig geïnteresseerden aangekleed in Surinaamse klederdracht voor een speciale optocht door Rotterdam-Zuid. Het initiatief wordt georganiseerd door Stichting Whatever, waar zij zelf ook bij betrokken is. “Ik heb Marokkanen, Turken en Chinezen die ik allemaal ga kleden in Surinaamse klederdracht. Dan vind ik het zo leuk dat ze er zo mooi uitzien.”