Margreeth Olsthoorn heeft de Rotterdamse stadspenning De Rotterdammert ontvangen voor haar bijdrage aan het culturele en creatieve klimaat van de stad. Al meer dan twintig jaar slaat ze bruggen tussen mode, kunst en cultuur. Over de onderscheiding zegt ze: “Ik ga er wel een ketting van maken, dus er moet nog een gaatje in geboord worden.”
Margreeth begon ooit met meerdere winkels in de Witte de Withstraat. Daarna zat haar modehuis zeven jaar aan de Schildersstraat, aan het einde van diezelfde straat. Maar de omgeving veranderde. Waar eerst ruimte was voor musea en cultuur, maakten die steeds vaker plaats voor horeca en uitgaansgelegenheden. Daarom verhuisde ze naar de andere kant van de Maas, naar de Kop van Zuid.
“Elke winkel die ik open is een leeg schildersdoek. De winkel is mijn canvas.” Daar kan ze al haar creativiteit en visie in kwijt. Dat zie je volgens haar zelfs terug in de paspoppen die ze gebruikt. “Ze hebben echt haar en hun ogen zijn van glas. Daardoor zit er letterlijk licht in de ogen en wordt het leven in de kleding zichtbaar.”
Achter de winkel bevindt zich nog een extra ruimte, die ze haar Second Space noemt. Daar opent iedere zes weken een nieuwe expositie. Voor Margreeth draait haar modehuis niet alleen om kleding. Ook kunst, architectuur, film en fotografie spelen er een belangrijke rol. In de ruimte achter de winkel opent iedere zes weken een nieuwe expositie.
Stadspenning De Rotterdammert
Op 9 april kreeg Margreeth Olsthoorn de stadspenning uitgereikt voor haar grote bijdrage als modeambassadeur van Rotterdam. Een erkenning die veel voor haar betekent. “Als creatief ondernemer is het fijn om te voelen dat de stad achter je staat bij nieuwe plannen.”